|
Castratie bij vrouwtjes. Castratie = het verwijderen van zowel baarmoeder als eierstokken of het verwijderen van slechts de eierstokken Bij vrouwtjes is de kans groter dat het goed zal blijven gaan en dat ze in vrede met elkaar zullen leven. Maar ze kunnen ook precies hetzelfde gedrag gaan vertonen als mannetjes. Lijkt het altijd koek en ei te zijn tussen twee zusjes, ineens kunnen om hormonale redenen gevechten uitbreken. Vaak gebeurt dit dan rond de 5 maanden. Vrouwtjes hebben net zo goed territoriumdrift en dominantiebepaling. Vaak gaat het er niet zo heftig aan toe als bij mannetjes, maar ze kunnen van tijd tot tijd toch in gevecht losbarsten en elkaar erg verwonden als ze niet de gelegenheid hebben elkaar te ontlopen (hok, kooi). Ook kunnen ze sproeigedrag vertonen en overal territoriale keutels achterlaten, verder verliefd gedrag naar de mens en bijten in enkels, territoriaal gedrag wat betreft kooi en naar de partner enz. Als problemen gesignaleerd worden zoals angst van het ene konijn voor het ander, of steeds snauwerig uitvallen en bijten, kunnen twee vrouwtjes het beste direct gescheiden worden. Wanneer de spanningen zo groot zijn worden dat er echte gevechten geleverd worden, en de konijnen elkaar behoorlijk verwonden, is het namelijk niet waarschijnlijk dat de relatie weer goed komt. Vóór die tijd moet al ingegrepen zijn. Net zoals de mannetjes moeten de vrouwtjes in de scheidingsperiode zoveel mogelijk contact kunnen houden. Castratie is de oplossing voor dit gedrag. Vrouwtjes kunnen vanaf 6 maanden gecastreerd worden en het liefst voor het 2e jaar. Wanneer deze operatie na het 3e levensjaar uitgevoerd wordt, worden de risico's op problemen tijdens de operatie groter. Na de castratie duurt het nog een klein poosje voordat de hormonen verdwenen zijn. Om de wond goed te laten herstellen kan het beste 4 weken aangehouden worden. Al die tijd is het nodig dat ze optimaal contact hebben, en elkaar kunnen aanraken door het gaas. Onder toezicht kunnen ze wel steeds even bij elkaar, als u merkt dat ze daar troost uit putten. Castratie is ook ten zeerste aan te raden als er geen plan is het vrouwtje een nestje te laten krijgen omdat deze vrouwtjes het risico lopen baarmoederkanker te krijgen. Dit risico begint na het 2e jaar, en loopt met de jaren op. Op de leeftijd van 6-7 jaar heeft een vrouwtje 75% kans om baarmoederkanker te krijgen. Ook vrouwtjes die als fokvrouwtjes gebruikt zijn, maar waar niet meer mee gefokt wordt, lopen grote risico op het krijgen van baarmoederkanker. De beste leeftijd voor deze operatie is vanaf 6 maanden en vóór 2 jaar. Vrouwtjes jonger dan 2 jaar vallen namelijk nog niet in de risicogroep. ALGEMENE, ZEER BELANGRIJKE AANWIJZINGEN Deze aanwijzingen zijn van toepassing op alle soorten operaties. Een konijn mag beslist nooit vasten voor een operatie, hoewel sommige dierenartsen of assistentes (!) dat, denkend aan honden of katten, voorschrijven. Een konijn kan niet braken, braken is een reden waarom andere dieren nuchter moeten zijn voor een operatie. Een konijn moet altijd voedsel in de darmen hebben opdat deze blijven bewegen. Dus het is goed om het konijn gewoon tot 2-4 uur voor de operatie voornamelijk hooi te laten eten. Een konijn dat geen of nauwelijks hooi eet dient gewoon voer te krijgen. Tijdens de operatie moet het konijn op een warmtematje liggen. Na de operatie moet het konijn in een warme omgeving bijkomen, dus op een warmtematje, of onder een warmte lamp. Bij minder konijnkundige dierenartsen ligt het konijn na de operatie soms gewoon op een krant tijdens het bijkomen en krijgt het geen warmte, dit komt de conditie van het dier absoluut niet ten goede. Binnen houden Elk geopereerd konijn, moet na een operatie, ongeacht welke operatie, binnenshuis gehouden worden. Het dier heeft een warme plek nodig, en een kruik. Een konijn dat onder narcose is geweest is niet in staat zijn/haar lichaamstemperatuur te regelen, en loopt het gevaar te onderkoelen. Een onderkoeld konijn kan in shock raken, en dit verloopt meestal fataal. Wanneer geadviseerd wordt het konijn na de operatie op kranten te laten zitten, kan het dier beter op een dekentje of een oude handdoek gezet worden, dat is warmer en veel prettiger. Eten en drinken Nog een reden om het konijn in de huiskamer te houden is dat je zo goed kunt opletten of zij/hij weer gaat eten en drinken. Het is zaak dat een konijn 12 uur na de operatie weer gaat eten. Een konijn dat binnen 24 uur geen voedsel in de darmen krijgt, raakt in de problemen. Een konijn dat een paar uur na de operatie nog niets drinkt, kan regelmatig water gegeven worden met behulp van een spuitje. Dit helpt bij een snellere afvoering van de narcosestoffen. NB. Bij castratie van een vrouwtje kan met de dierenarts overlegd worden over het onderhuids toedienen van vocht vlak na de operatie. Hierdoor heeft het konijn wat vochtreserve, wat heel prettig is omdat de meeste vrouwtjes de eerste 24 uur na de operatie niet zelf drinken. Het is het beste om regelmatig voedsel aan te bieden. Peterselie, selderie, blaadje andijvie (als het konijn gewend is om groenvoer te eten!) smaakt een ziek konijn meestal beter dan droogvoer. Leg het groenvoer voor het konijn neer, zodat het zonder inspanning kan eten als het wil. Hooi wordt ook bij het konijn neergelegd. Een extra bak water wordt neergezet, omdat het zwakke dier misschien geen zin heeft om uit een flesje te drinken. Als het konijn tussen12 en 24 uur na de operatie nog niet eet, ook geen hooi, moet het gedwangvoerd worden. Dwangvoeren betekent dat het konijn het niet wil, maar dat er toch met een spuitje regelmatig een beetje voedsel aan de zijkant van de mond achter de wang gespoten moet worden. Als het konijn zelf hooi gaat eten komt het allemaal goed en hoeft er niet gedwangvoerd te worden. Benodigdheden voor dwangvoeren zijn te vinden onder ziekten en medische info en EHBO-doos. PIJNBESTRIJDING! Een reden voor niet-eten kan heel goed pijn zijn. Een konijn dat pijn heeft wil niet meer leven, pijnbestrijding is daarom uiterst belangrijk. Gelukkig komen steeds meer dierenartsen tot deze overtuiging. Informeer dus bij de dierenarts of er een pijnstiller gegeven is, en vraag extra pijnstillers mee naar huis voor de 2e en 3e dag. Tolfedine, Ketoprofen of Metacam zijn goede pijnstillers voor een konijn. Een konijn zonder pijn zal eerder weer gaan eten, en snel helemaal opknappen. NB Een konijn heeft een sneller metabolisme dan andere dieren. Om deze reden is een pijnstiller bij konijnen sneller uitgewerkt. Reken er daarom op dat een pijnstiller die door de dierenarts gegarandeerd wordt voor 24 uur, slechts 12 uur de pijn zal stillen!
Baarmoederkanker bij het konijn. door drs. J. de Vos Baarmoederkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij het konijn. Of een voedster wel of niet heeft geworpen speelt geen rol. Leeftijd is de bepalende factor voor het krijgen van deze vorm van kanker en 50 tot 80% van de voedsters ouder dan 4 jaar kan er uiteindelijk aan lijden. Rasverschillen lijken ook van belang, maar veel is hier nog niet over bekend. Bij toename van de leeftijd treden er langzaam voortschrijdende veranderingen op in het slijmvlies van de baarmoeder, o.a. een afname van de hoeveelheid cellen en een toename van bindweefsel. Het gezwel dat ontstaat heet adenocarcinoma en groeit erg langzaam. Vrij vroeg in zijn ontwikkeling kan de kanker zich uitbreiden in de baarmoederwand en de directe omgeving van de baarmoeder. Uitzaaiingen naar andere plaatsen in het lichaam, zoals naar de lever en de longen kunnen 1 tot 2 jaar op zich laten wachten. De eerste verschijnselen zijn vaak: bloed bij de urine op het eind van de plas en bloederige vaginale uitvloeiing. Bij uitbreiding van de ziekte worden de voedsters suf, hebben een verminderde eetlust, vertonen een sterke vermagering en zijn benauwd. Meestal wordt de diagnose gesteld doordat er een onregelmatig vergrote baarmoeder in de buik is te voelen. Verder onderzoek bij deze bevindingen kan dan bestaan uit het maken van röntgenfoto's van buik- en borstholte of een echo-onderzoek van de buik. In een vroeg stadium van de ziekte zal het chirurgisch verwijderen van de aangetaste baarmoeder veelal genezend zijn. Chemotherapie voor deze vorm van kanker bestaat niet. Voorkomen is echter beter dan genezen. Het is aan te raden om de baarmoeder en de eierstokken van een voedster waar niet, of niet meer, mee wordt gefokt, chirurgisch te laten verwijderen vóór de leeftijd van 2 jaar. Het uitvoeren van deze ingreep op een leeftijd van ½ tot 1 jaar maakt dit minder ingrijpend voor het konijn, in verband met de aanwezigheid van een veel kleinere hoeveelheid vet in de buikholte. De operatie dient vanzelfsprekend te worden uitgevoerd onder een volledige en veilige narcose. Bij voorkeur dient dit een inhalatienarcose te zijn, dat wil zeggen dat het konijn een kapje krijgt met zuurstof en gasvormige narcosemiddelen in de vorm van Isoflurane. Het direct onder narcose brengen met een kapje leidt vaak tot een panieksituatie bij het konijn en daarom is het aan te bevelen een inleidende narcose te geven met Domitor en ketamine. Bron: http://www.konijnen.nl/
|